Gemiddeld spaargeld van een gezin in Nederland: wat is normaal?

Een gemiddeld Nederlands gezin had in 2024 zo’n € 54.700 aan bank- en spaartegoeden. Dat klinkt als een flink bedrag, maar het zegt niet alles. De mediaan ligt namelijk een stuk lager, wat betekent dat een kleine groep grote spaarders het gemiddelde flink omhoogtrekt. Voor veel gezinnen is de werkelijke spaarpot dus kleiner dan dat getal doet vermoeden.

Of jouw spaargeld “normaal” is, hangt af van je levensfase, inkomen en gezinssituatie. Hieronder zie je wat de cijfers precies betekenen en hoe je ze kunt interpreteren.

Gemiddeld spaargeld van een gezin: gemiddelde versus mediaan

Het verschil tussen het gemiddelde en de mediaan is belangrijk om te begrijpen. Het gemiddelde van € 54.700 wordt berekend door alle spaarsaldi bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal huishoudens. Omdat rijke huishoudens met tonnen aan spaargeld meetellen, wordt dit getal omhooggetrokken.

De mediaan is het bedrag waarbij de helft van de huishoudens meer spaart en de helft minder. Dat getal is naar schatting een stuk lager dan het gemiddelde, vermoedelijk ergens rond de € 20.000 tot € 25.000 in 2024, maar het exacte cijfer varieert per bron. De mediaan geeft een realistischer beeld van wat een “doorsnee” gezin opzij heeft staan.

Spaargeld per levensfase

Hoeveel een gezin spaart, hangt sterk samen met de leeftijd van de hoofdkostwinner. Jongere gezinnen hebben vaak minder gespaard omdat ze nog bezig zijn met de opbouw: een huis kopen, kinderen grootbrengen, een studieschuld aflossen. Oudere gezinnen hebben meer jaren gehad om vermogen op te bouwen.

  • Gezinnen onder de 35 jaar: naar schatting rond de € 10.000 tot € 20.000 aan spaargeld in 2024.
  • Gezinnen tussen 35 en 55 jaar: dit is doorgaans de fase van gezinsuitbreiding en hypotheeklasten. Het spaargeld loopt uiteen, maar ligt naar schatting rond de € 30.000 tot € 50.000 bij de mediaan.
  • Gezinnen boven de 55 jaar: hier neemt het spaargeld gemiddeld flink toe. Kinderen zijn het huis uit, hypotheken zijn (deels) afgelost en het inkomen is vaak op zijn hoogst. Bedragen van € 70.000 of meer zijn in deze groep niet uitzonderlijk.

Let op: dit zijn schattingen op basis van algemeen bekende patronen en de beschikbare data. Individuele situaties kunnen sterk afwijken.

Wat telt mee als “spaargeld”?

In de cijfers gaat het om bank- en spaartegoeden: geld op een spaarrekening, deposito of gewone betaalrekening. Vermogen in beleggingen, een eigen woning of pensioen telt hier dus niet bij mee. Als je ook je overwaarde op je huis of je beleggingsportefeuille meetelt, ligt het totale vermogen van een gemiddeld gezin veel hoger. Dit onderscheid is belangrijk als je je eigen situatie vergelijkt met de cijfers.

Hoeveel spaargeld is genoeg voor een gezin?

Een veelgebruikte vuistregel is dat een gezin drie tot zes maanden aan vaste lasten als buffer aanhoudt. Bij vaste maandlasten van € 3.000, denk aan huur of hypotheek, boodschappen en verzekeringen, komt dat neer op een buffer van € 9.000 tot € 18.000. Alles daarboven is vrij te besteden, te beleggen of voor langere termijn te sparen.

Of je meer of minder spaart dan gemiddeld, zegt op zichzelf weinig over hoe verstandig je met geld omgaat. Een gezin met een hoge hypotheek en weinig spaargeld kan prima financieel gezond zijn als de maandlasten betaalbaar zijn. Omgekeerd kan een groot spaarsaldo op een gewone spaarrekening juist betekenen dat geld onnodig waarde verliest door inflatie.

Het gemiddelde spaargeld van een gezin in Nederland geeft een nuttig referentiepunt, maar het is geen meetlat voor succes. Wat echt telt, is of jouw spaargeld past bij jouw lasten, doelen en situatie. Gebruik het gemiddelde als oriëntatie, niet als norm.

Scroll naar boven