Hoeveel sparen voor pensioen? Dit zijn de richtlijnen

Voor een comfortabel pensioen spaar je als vuistregel toe naar een bedrag van 70 tot 80 procent van je huidige netto-inkomen per jaar. Hoeveel je daarvoor maandelijks opzij moet zetten, hangt af van je leeftijd, je huidige pensioenopbouw via werk en de AOW, en hoeveel jaar je nog hebt tot je wil stoppen met werken. Begin je vroeg, dan is een klein bedrag per maand al genoeg. Wacht je lang, dan moet je flink bijspijkeren.

Hoeveel pensioen heb je straks nodig?

Veel mensen mikken op 70 procent van hun laatste of gemiddelde netto-inkomen. Dat is minder dan je nu verdient, maar in de praktijk heb je na je pensionering vaak lagere lasten: geen hypotheek meer, geen reiskosten naar werk, en je betaalt minder belasting. Of 70 procent genoeg is, verschilt per persoon. Reken je maandelijkse vaste lasten eens op. Wil je veel reizen of grotere uitgaven doen na je pensioen? Dan is 80 of zelfs 90 procent realistischer.

Stel: je verdient nu netto 2.500 euro per maand. Je doelstelling voor pensioen is 70 procent, dus 1.750 euro per maand. De AOW (voor een alleenstaande) is naar schatting rond 1.300 euro netto per maand in 2026. Het verschil dat je zelf moet aanvullen, is dan 450 euro per maand. Maar dat is exclusief pensioen via je werkgever. Dat maakt het plaatje al kleiner.

Hoe bereken je hoeveel je zelf moet aanvullen?

Je pensioen bestaat doorgaans uit drie delen: de AOW van de overheid, het pensioen dat je via je werkgever opbouwt, en wat je zelf spaart of belegt. Veel mensen denken dat de eerste twee genoeg zijn, maar dat is lang niet altijd zo. Zeker als je ooit als zzp’er hebt gewerkt, een tijdje niet hebt gewerkt, of een baan had zonder pensioenregeling, kan er een gat zitten.

Controleer je opgebouwde pensioen op mijnpensioenoverzicht.nl. Dat is een officiële tool van de overheid. Je ziet daar precies wat je via werk en AOW kunt verwachten. Het verschil tussen dat bedrag en wat je straks maandelijks nodig hebt, is het bedrag dat je zelf moet sparen of beleggen.

Rekenvoorbeeld: wat moet je maandelijks opzij zetten?

Hieronder een schematisch voorbeeld om te laten zien hoe groot het verschil kan zijn afhankelijk van de leeftijd waarop je begint met extra sparen. Het voorbeeld gaat uit van een gewenste aanvulling van 200 euro per maand na pensioen, over een periode van 20 jaar, met een rente van 3 procent per jaar (als schatting voor een spaarrekening of conservatief beleggingsrendement in 2026).

Leeftijd nu Jaren tot pensioen (67) Geschat benodigd kapitaal Maandelijks opzij zetten
30 jaar 37 jaar ca. 35.000 euro ca. 55 euro per maand
40 jaar 27 jaar ca. 35.000 euro ca. 90 euro per maand
50 jaar 17 jaar ca. 35.000 euro ca. 155 euro per maand

Dit zijn schattingen om het principe te laten zien. Wil je een persoonlijk berekening, gebruik dan de rekenhulp van Wijzer in geldzaken op de website van de Rijksoverheid. Daar kun je je eigen situatie invullen, inclusief wat je al opbouwt via werk.

Spaarrekening of beleggen?

Op een gewone spaarrekening staat je geld veilig, maar de rente is laag. Als je nog 20 of 30 jaar hebt tot je pensioen, is beleggen voor veel mensen een betere keuze. Over een langere periode compenseert het rendement de schommelingen. Heb je nog maar 5 tot 10 jaar te gaan, dan is het risico van beleggen groter en kies je beter voor een stabielere aanpak.

Fiscaal voordelig sparen kan via een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening (lijfrente). De inleg is tot een bepaald bedrag aftrekbaar van de belasting, wat je netto kosten verlaagt. Hoeveel je mag aftrekken hangt af van je zogeheten jaarruimte. Die bereken je via de Belastingdienst. Dit is specifiek interessant als je een pensioentekort hebt, bijvoorbeeld omdat je als zzp’er werkt zonder werkgeverspensioen.

Wanneer is extra sparen voor pensioen niet nodig?

Heb je een goed pensioen via je werkgever én de AOW dekt de rest van je verwachte uitgaven? Dan hoef je zelf niets extra te doen. Controleer dit wel regelmatig, want je situatie kan veranderen door een nieuwe baan, echtscheiding of een periode als zzp’er. Sparen voor pensioen is ook minder urgent als je al andere vermogensopbouw hebt, zoals een eigen woning zonder hypotheek of een beleggingsportefeuille die je straks kunt aanspreken.

Het loont om elke paar jaar je pensioensituatie opnieuw te bekijken. Kleine aanpassingen vroeg in je loopbaan hebben veel meer effect dan grote inhaalacties op latere leeftijd. Dat is het voordeel van rente op rente: tijd is je grootste bondgenoot als je voor je pensioen spaart.

Scroll naar boven