Gemiddeld vermogen rijkste 10 procent: wat bezitten zij echt?

De rijkste 10 procent van de Nederlandse huishoudens bezit samen 56 procent van al het particuliere vermogen in Nederland. Dat blijkt uit cijfers van het CBS uit januari 2025. Bij een totaal vermogen van ruim 2,6 biljoen euro begin 2023 gaat het om een enorm deel van de nationale rijkdom dat bij een relatief kleine groep ligt.

Wie precies tot die rijkste 10 procent behoort en hoeveel vermogen dat gemiddeld per huishouden is, legt dit artikel concreet uit.

Hoeveel vermogen heeft de rijkste 10 procent gemiddeld?

Het totale particuliere vermogen in Nederland bedroeg ruim 2,6 biljoen euro begin 2023, zo rapporteerde het CBS. De rijkste 10 procent van de huishoudens had daarvan 56 procent in handen. Dat komt neer op circa 1,46 biljoen euro voor deze groep samen. Nederland telt naar schatting zo’n 8,2 miljoen huishoudens, waarvan de rijkste 10 procent dus grofweg 820.000 huishoudens zijn.

Deel je 1,46 biljoen door 820.000, dan kom je op een gemiddeld vermogen van naar schatting ongeveer 1,78 miljoen euro per huishouden binnen de rijkste 10 procent (op basis van CBS-data begin 2023). Dat is een rekenkundig gemiddelde, en dat wordt sterk omhooggetrokken door de allerrijksten bovenin de groep. De mediaan, dus het middelste punt in de verdeling, ligt beduidend lager.

Vanaf welk vermogen hoor je bij de rijkste 10 procent?

Om überhaupt tot de rijkste 10 procent te behoren, hoef je geen miljonair te zijn. Op basis van eerder CBS-onderzoek ligt de ondergrens van deze groep naar schatting rond de 500.000 tot 600.000 euro aan nettovermogen (peiljaar 2023). Dat vermogen telt alles mee: de overwaarde op een eigen woning, spaargeld, beleggingen en eventueel ondernemingsvermogen, minus schulden zoals een hypotheek.

Een huishouden met een koophuis met flinke overwaarde én een goed gevuld beleggings- of pensioenpotje kan al dicht bij die grens zitten. De eigen woning speelt voor veel Nederlandse huishoudens een grote rol in het totale vermogen.

Wat zit er in dat vermogen?

Het vermogen van de rijkste 10 procent bestaat doorgaans uit meerdere onderdelen. De meest voorkomende zijn:

  • Eigen woning (overwaarde na aftrek hypotheekschuld)
  • Spaargeld en deposito’s
  • Aandelen, obligaties en andere beleggingen
  • Ondernemingsvermogen of aanmerkelijk belang in een bv
  • Tweede woningen of vastgoed

Hoe hoger je in de vermogensverdeling zit, hoe groter het aandeel van beleggingen en ondernemingsvermogen ten opzichte van spaargeld. Voor de echt vermogende huishoudens bovenin de 10 procent bepaalt de waardeontwikkeling van aandelen of vastgoed het vermogen sterker dan inkomen uit werk.

Hoe scheef is de verdeling precies?

De 56-procentsverhouding maakt duidelijk hoe scheef de verdeling is. De overige 90 procent van de huishoudens deelt dus de resterende 44 procent van het vermogen. Daarbinnen is ook nog veel ongelijkheid: de armste huishoudens hebben per saldo soms zelfs een negatief vermogen door schulden die hoger zijn dan bezittingen.

Ter vergelijking: als het vermogen gelijk verdeeld zou zijn, zou elke 10 procent van de huishoudens ook 10 procent van het vermogen bezitten. De rijkste groep heeft dus meer dan vijf keer zo groot een aandeel als bij een gelijke verdeling het geval zou zijn.

Is dit aandeel van 56 procent hoog of laag vergeleken met andere landen?

In internationaal perspectief is een vermogensconcentratie van 56 procent bij de rijkste 10 procent niet uitzonderlijk hoog. In de Verenigde Staten bezit de rijkste 10 procent al decennialang meer dan 65 tot 70 procent van het totale vermogen. Binnen Europa liggen veel landen in een vergelijkbare range als Nederland, hoewel Scandinavische landen soms een iets gelijkmatigere verdeling laten zien.

Wat Nederland wel onderscheidt, is de grote rol van het eigen huis in het vermogen van de middengroepen. Huishoudens zonder koopwoning bouwen aanzienlijk minder snel vermogen op, wat de afstand tot de rijkste 10 procent vergroot.

Het gemiddeld vermogen van de rijkste 10 procent in Nederland ligt dus ergens rond de 1,7 à 1,8 miljoen euro per huishouden op basis van de meest recente CBS-data, maar dit getal wordt flink beïnvloed door de allervermogendste huishoudens bovenaan. Wil je weten of je zelf bij deze groep hoort, dan is de drempel van ruwweg een half miljoen euro nettovermogen een realistisch vertrekpunt om in de buurt te komen van de onderste rand van de rijkste 10 procent.

Scroll naar boven