Turbo beleggen: wat is het en hoe werkt de hefboom?

Een turbo is een beleggingsproduct waarmee je met een hefboom inspeelt op de koersbewegingen van een onderliggend product, zoals een aandeel, index of grondstof. Je legt zelf maar een deel van de waarde in, terwijl je bank of uitgever de rest financiert. Daardoor beweegt je winst of verlies veel harder mee dan bij gewoon beleggen.

Turbo’s worden ook wel sprinters of boosters genoemd, afhankelijk van de uitgever. Bekende uitgevers zijn Société Générale en BNP Paribas. Je koopt ze gewoon via een broker op de beurs, net zoals je een aandeel koopt.

Wat is een turbo bij beleggen precies?

Een turbo bestaat uit twee onderdelen: jouw eigen inleg (het eigen vermogen) en een lening van de uitgever (het financieringsniveau). Samen vormen die de totale waarde van het onderliggende product waarop de turbo is gebaseerd. Stel dat een aandeel 100 euro waard is en de uitgever financiert 80 euro, dan leg jij 20 euro in. Jouw hefboom is dan 5 (100 gedeeld door 20).

Stijgt het aandeel van 100 naar 110 euro, dan is jouw turbo 10 euro meer waard. Dat is 50% winst op jouw inleg van 20 euro, terwijl het aandeel maar 10% steeg. Dat is de kracht van de hefboom. Maar het werkt ook de andere kant op: daalt het aandeel met 10 euro, dan verlies je 50% van je inleg.

Hoe werkt de stoplosgrens?

Elke turbo heeft een stoplosgrens (ook wel de barrière genoemd). Die ligt iets boven het financieringsniveau bij een long turbo, of iets onder bij een short turbo. Zodra de koers van het onderliggende product die grens raakt, wordt de turbo automatisch beëindigd. Je verliest dan je inleg, of een groot deel ervan.

Die stoplosgrens beschermt je er in principe voor dat je meer verliest dan je hebt ingelegd. Je kunt dus niet dieper in de min zakken dan je beginbedrag. Dat is een belangrijk verschil met sommige andere hefboomproducten zoals opties of CFD’s.

Long of short turbo: het verschil

Bij een long turbo verdien je als de koers stijgt. Bij een short turbo verdien je juist als de koers daalt. Dat maakt turbo’s ook bruikbaar als je denkt dat een markt gaat dalen, of als je een bestaande positie wilt afdekken tegen verlies.

  • Long turbo: je profiteert van een stijgende koers.
  • Short turbo: je profiteert van een dalende koers.

De hefboom werkt bij beide varianten hetzelfde: de beweging van de onderliggende waarde wordt uitvergroot door jouw relatief kleine inleg.

Wat kost een turbo?

Turbo’s brengen kosten met zich mee die je soms over het hoofd ziet. De uitgever rekent financieringskosten omdat hij een deel van het product financiert. Die kosten worden dagelijks verrekend in het financieringsniveau, waardoor dat niveau langzaam oploopt (bij een long) of daalt (bij een short). Houd je een turbo lang aan, dan vreet dat aan je rendement.

Verder betaal je gewone transactiekosten aan je broker, net als bij aandelen. De spread (het verschil tussen bied- en vraagprijs) is ook een kostenpost om rekening mee te houden.

Voor wie zijn turbo’s geschikt en wanneer juist niet?

Turbo’s zijn bedoeld voor beleggers die de markt goed volgen en begrijpen hoe hefboomproducten werken. Ze zijn minder geschikt als je net begint met beleggen, omdat de risico’s groot zijn. Een kleine koersbeweging kan al leiden tot een groot verlies van je inleg, of zelfs het volledig raken van de stoplosgrens.

Ben je op zoek naar een rustige, langetermijnbelegging? Dan passen turbo’s daar eigenlijk niet goed bij. Ze zijn meer bedoeld voor kortetermijnhandel, waarbij je actief inspeelt op verwachte koersbewegingen. Houd je een turbo te lang vast, dan lopen de financieringskosten op en wordt de hefboom een nadeel in plaats van een voordeel.

Wil je turbo’s uitproberen, begin dan met kleine bedragen en zorg dat je de werking van hefboom en stoplosgrens volledig begrijpt voordat je instapt. De hefboomwerking vergroot niet alleen winst, maar ook verlies.

Scroll naar boven