Kosten van een ETF: dit betaal je écht (en waar je op moet letten)

De kosten van een ETF liggen doorgaans veel lager dan die van actief beheerde beleggingsfondsen. Waar een bank voor een actief fonds soms meer dan 2% per jaar rekent, vind je ETF’s met jaarlijkse kosten van slechts 0,05%. Dat verschil klinkt klein, maar over tien of twintig jaar snoept het een flink stuk van je rendement af.

Toch zijn de kosten van een ETF niet altijd even makkelijk te vergelijken. Er zijn meerdere soorten kosten, en sommige zijn beter zichtbaar dan andere. Hieronder zet je de belangrijkste op een rij.

De TER: de jaarlijkse lopende kosten van een ETF

De bekendste kostenpost is de TER (Total Expense Ratio), ook wel lopende kosten of ongoing charges genoemd. Dit is het percentage dat jaarlijks automatisch van het fondsvermogen wordt afgehouden. Je ziet het niet als aparte afschrijving op je rekening, het zit verwerkt in de koers van de ETF.

Een paar voorbeelden om het verschil concreet te maken:

  • Een brede wereldindex-ETF (zoals op de MSCI World) heeft een TER van vaak 0,10% tot 0,20% per jaar.
  • ETF’s op grote Amerikaanse indices zoals de S&P 500 zitten regelmatig rond de 0,05% tot 0,07%.
  • Niche-ETF’s, zoals op specifieke sectoren of regio’s, kunnen oplopen tot 0,50% of meer.

De TER vind je altijd terug in het KIID (Key Investor Information Document) of het prospectus van de ETF. Die documenten zijn verplicht en gratis beschikbaar via de aanbieder of je broker.

Transactiekosten: wat je betaalt bij aan- en verkoop

Naast de TER betaal je ook transactiekosten elke keer dat je een ETF koopt of verkoopt. Die kosten zijn afhankelijk van je broker, niet van de ETF zelf. De verschillen zijn groot:

  • Sommige brokers rekenen een vast bedrag per order, vaak tussen de 2 en 10 euro.
  • Andere werken met een percentage van het aankoopbedrag, bijvoorbeeld 0,25%.
  • Er zijn ook brokers die specifieke ETF’s gratis aanbieden, maar let dan op of de spread (zie hieronder) niet hoger is.

Als je maandelijks kleine bedragen inlegt, kunnen vaste transactiekosten relatief zwaar drukken. Bij een inleg van 100 euro en 5 euro transactiekosten betaal je al meteen 5% aan kosten voor je begint.

De spread: de verborgen kosten bij handelen

Een minder bekende kostenpost is de spread. Dat is het verschil tussen de bied- en vraagprijs van een ETF op de beurs. Stel dat de biedprijs 99,95 euro is en de vraagprijs 100,05 euro, dan is de spread 0,10 euro. Je betaalt altijd de vraagprijs bij aankoop en ontvangt de biedprijs bij verkoop.

Bij populaire ETF’s op grote indices is de spread vaak heel klein, soms maar een paar cent. Bij minder verhandelde ETF’s kan de spread groter zijn. Handelen op momenten dat de onderliggende markt gesloten is (bijvoorbeeld vroeg in de ochtend of laat in de middag bij Amerikaanse ETF’s) maakt de spread ook groter.

Dividendbelasting en fiscale kosten

Sommige ETF’s keren dividend uit (distributing), andere herbeleggen het dividend automatisch (accumulating). Bij een distributing ETF betaal je dividendbelasting op de uitkeringen. In Nederland is dat 15% bronbelasting bij veel buitenlandse ETF’s, maar het precieze bedrag hangt af van het land van de ETF en verdragen die Nederland heeft gesloten.

Een accumulating ETF vermijdt die directe belastingafdracht op dividenduitkeringen, maar in box 3 betaal je sowieso belasting over het vermogen. De fiscale impact is dus niet nul, maar de timing en hoogte kunnen verschillen. Dit is een apart onderwerp op zich, maar het is goed om te weten dat dit ook een rol speelt in de totale kosten van een ETF.

Rekenvoorbeeld: wat kost een ETF over twintig jaar?

Stel je belegt 10.000 euro in een ETF met een gemiddeld jaarlijks rendement van 7% voor kosten.

TER per jaar Waarde na 20 jaar Verlies door kosten
0,10% circa 37.400 euro circa 500 euro
0,50% circa 35.200 euro circa 2.700 euro
2,00% circa 26.500 euro circa 11.100 euro

Dit zijn schattingen op basis van een vereenvoudigd rekenmodel. De werkelijke uitkomst hangt af van marktomstandigheden, herbalancering en belasting. Maar het principe is duidelijk: hogere kosten vreten structureel aan je rendement, jaar na jaar.

Waar je op moet letten bij het vergelijken van ETF-kosten

Kijk nooit alleen naar de TER. Combineer altijd de TER met de transactiekosten van je broker en de grootte van de spread. Een ETF met een TER van 0,07% die je broker 10 euro per aankoop rekent, kan voor een kleine belegger duurder uitpakken dan een ETF met 0,20% TER bij een broker zonder transactiekosten.

Ook de trackingdifference is de moeite waard om te checken. Dat is het werkelijke verschil tussen het rendement van de ETF en de index die hij volgt. Soms presteert een ETF beter dan zijn TER doet verwachten, bijvoorbeeld door het uitlenen van aandelen. De trackingdifference vind je in het jaarrapport van de ETF-aanbieder.

Kort samengevat: de kosten van een ETF bestaan uit de TER, transactiekosten, de spread en fiscale effecten. Door al deze onderdelen mee te nemen in je vergelijking, kies je de ETF die je echt zo min mogelijk kost, en houd je meer van je rendement over.

Scroll naar boven