Risico ETF: hoe risicovol zijn ETF’s écht?

ETF’s zijn over het algemeen minder risicovol dan individuele aandelen, maar volledig zonder risico zijn ze zeker niet. Hoe groot het risico van een ETF is, hangt sterk af van wat er in de ETF zit: een brede wereldwijde aandelenindex gedraagt zich heel anders dan een ETF op één sector of op grondstoffen. Hieronder lees je welke risico’s er spelen, hoe je ze herkent en wanneer je er rekening mee moet houden.

De risicoclassificatie van een ETF

ETF-aanbieders zijn wettelijk verplicht om een risicoclassificatie op te nemen in het Key Investor Document (KID) van een ETF. Dit is een getal tussen 1 en 7, waarbij 1 staat voor het laagste risico en 7 voor het hoogste. Een brede aandelenindex zoals een wereldwijde ETF scoort doorgaans een 4 of 5. ETF’s op obligaties scoren vaak een 2 of 3, terwijl ETF’s op groeimarkten of grondstoffen snel richting een 6 of 7 gaan.

Dit getal is gebaseerd op de historische koersschommelingen van de ETF, ook wel volatiliteit genoemd. Hoe meer de koers op en neer beweegt, hoe hoger de score. Het KID is verplichte leesvoer voor je in een ETF stapt. Je vindt het altijd op de website van de aanbieder.

Marktrisico: het grootste risico bij ETF’s

Het grootste risico van een ETF is marktrisico: de waarde van de ETF daalt als de markt daalt. Een ETF volgt een index, en als die index 30% verliest, verliest jouw ETF ook zo’n 30%. Dit gebeurde bijvoorbeeld tijdens de coronacrash in maart 2020, toen brede aandelenindices in korte tijd fors kelderden. Wie op dat moment verkocht, verloor echt geld. Wie bleef zitten, zag de waarde later herstellen.

Marktrisico is niet te vermijden bij aandelen-ETF’s, maar je kunt het wel beperken door te spreiden over regio’s, sectoren en aandelenklassen. Een ETF op de wereldwijde aandelenmarkt (zoals een all-world ETF) spreidt automatisch over duizenden bedrijven tegelijk, wat het risico aanzienlijk kleiner maakt dan bij een ETF op één land of één sector.

Concentratierisico: niet elke ETF spreidt goed

Veel beleggers denken dat elke ETF automatisch goed spreidt, maar dat klopt niet altijd. Een sector-ETF op technologie belegt misschien in tientallen bedrijven, maar als de techsector keldert, keldert de hele ETF mee. Hetzelfde geldt voor een ETF op één land, zoals een ETF die alleen Amerikaanse aandelen bevat.

Zelfs een brede wereldwijde ETF heeft soms een hoge concentratie in een paar grote namen. Enkele grote techbedrijven kunnen zo samen een kwart of meer van de totale weging uitmaken. Dat is niet per se slecht, maar het is nuttig om te weten. Controleer altijd de top-10 holdings in het factsheet van de ETF voordat je instapt.

Valutarisico

Als een ETF belegt in bedrijven buiten de eurozone, loop je valutarisico. Stel dat je een ETF koopt die in Amerikaanse dollars noteert of belegt in Amerikaanse aandelen. Als de dollar ten opzichte van de euro daalt, daalt de waarde van jouw investering in euro’s, ook al stijgt de onderliggende aandelenkoers in dollars. Dit is een sluipend risico dat veel beginnende beleggers over het hoofd zien.

Er bestaan valuta-afgedekte ETF’s (ook wel “hedged” ETF’s) die dit risico verkleinen. Ze zijn iets duurder dan gewone ETF’s, maar soms de moeite waard als je sterk belegt buiten de eurozone.

Liquiditeitsrisico

De meeste grote ETF’s zijn gemakkelijk te kopen en te verkopen, maar voor kleine of niche-ETF’s is dat soms anders. Als er weinig handel in een ETF is, kan het zijn dat je niet direct op de gewenste prijs kunt kopen of verkopen. Dit heet liquiditeitsrisico. Het is een relatief klein probleem bij populaire index-ETF’s, maar kan spelen bij ETF’s op kleine markten of bijzondere thema’s.

Een maatstaf hiervoor is de bid-ask spread: het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs. Hoe kleiner het verschil, hoe beter de liquiditeit. Grote ETF’s hebben doorgaans een spread van een paar eurocent per eenheid.

Tegenpartijrisico bij synthetische ETF’s

Er zijn twee soorten ETF’s: fysieke en synthetische. Een fysieke ETF koopt daadwerkelijk de aandelen uit de index. Een synthetische ETF maakt gebruik van een zogenoemde swap-overeenkomst met een bank om het rendement van de index na te bootsen. Bij synthetische ETF’s loop je tegenpartijrisico: als de bank waarmee de overeenkomst is gesloten failliet gaat, kan dat gevolgen hebben voor jouw belegging.

In de praktijk zijn er regels die dit risico beperken. Zo mag de tegenpartijblootstelling in Europa door UCITS-regelgeving niet meer dan 10% van de totale waarde bedragen. Toch is het verstandig om bij het uitkiezen van een ETF te controleren of het een fysieke of synthetische replicatie betreft.

Tijdshorizon en risico van een ETF

Het risico van een ETF hangt ook sterk af van hoe lang je belegt. Op de korte termijn kunnen koersen fors schommelen. Over een langere periode van tien jaar of meer hebben brede aandelenindices historisch gezien altijd positief gerendeerd, ook na grote crises. Dat maakt de tijdshorizon een van de belangrijkste factoren bij het inschatten van het risico.

Wie over vijf jaar zijn geld nodig heeft, loopt meer risico dan wie twintig jaar de tijd heeft. Voor kortere tijdshorizons zijn obligatie-ETF’s of gemengde ETF’s doorgaans een betere keuze dan puur aandelenindices.

Het risico van een ETF is dus niet één getal of één antwoord. Een brede aandelenindex is betaalbaar, goed gespreid en historisch gezien betrouwbaar op de lange termijn, maar de koers daalt soms flink. Kijk bij elke ETF naar het type, de spreiding, de replicatiemethode en jouw eigen tijdshorizon. Zo maak je een keuze die past bij wat je aankunt en wat je wilt bereiken.

Scroll naar boven