Leven van spaargeld tot pensioen: zo lang kom je rond en waar je op moet letten

Leven van spaargeld tot je pensioen ingaat, is haalbaar als je spaarpot groot genoeg is en je uitgaven beheersbaar blijven. De kern is simpel: je verdeelt je vermogen over de jaren die je nog moet overbruggen, zodat je maandelijks genoeg hebt om van rond te komen zonder werk of uitkering. Hoelang dat lukt, hangt af van drie dingen: hoeveel je gespaard hebt, wat je maandelijks uitgeeft, en hoeveel rendement je op je spaargeld maakt.

Hoeveel spaargeld heb je nodig om de brug te slaan?

Stel dat je op je 60e stopt met werken en je AOW pas ingaat op je 67e. Dan moet je zeven jaar van je spaargeld leven. Bij een netto uitgavenpatroon van 2.500 euro per maand is dat 30.000 euro per jaar, dus 210.000 euro in totaal voor die periode. Dat is het absolute minimum, zonder buffer en zonder rendement meegerekend.

In de praktijk moet je ook rekening houden met onverwachte kosten zoals een kapotte auto, een medische rekening of een grote reparatie aan je huis. Een buffer van 10 tot 15 procent bovenop je berekend bedrag is een verstandige marge. In het voorbeeld hierboven kom je dan uit op naar schatting rond 230.000 tot 240.000 euro in 2026 als realistisch startbedrag.

Zet je je spaargeld gewoon op een spaarrekening, dan is het rendement op dit moment laag. Bij een hogere spaarrente van bijvoorbeeld 2,5 procent op jaarbasis verdien je op 200.000 euro zo’n 5.000 euro rente per jaar, wat de periode iets verlengt. Maar reken nooit te optimistisch: rentes kunnen dalen en inflatie vreet aan je koopkracht.

Wat kost leven van spaargeld eigenlijk per maand?

De meeste mensen die stoppen met werken vóór hun pensioen, hebben lagere vaste lasten dan tijdens hun werkzame leven. Kinderen zijn vaak het huis uit, de hypotheek is (bijna) afgelost en werkgerelateerde kosten vallen weg. Toch liggen de maandelijkse kosten voor een eenpersoonshuishouden in Nederland naar schatting rond 1.800 tot 2.500 euro per maand in 2026, afhankelijk van woonlasten en leefstijl.

Maak voor jezelf een eerlijke maandberekening:

  • Vaste lasten: huur of hypotheek, energie, verzekeringen, gemeentelijke belastingen
  • Levensonderhoud: boodschappen, kleding, persoonlijke verzorging
  • Vervoer: auto, OV, fiets
  • Vrijetijd: reizen, hobby’s, uit eten
  • Zorgkosten: eigen risico, tandarts, eventuele zorgpremie

Tel die posten bij elkaar op en vermenigvuldig met het aantal maanden dat je nog tot je pensioen hebt. Dat geeft je het minimale bedrag dat je gespaard moet hebben.

Belasting en toeslagen bij leven van spaargeld

Als je stopt met werken, verdwijnt je loon, maar niet de belastingdienst. Je spaargeld valt in box 3, het vermogen boven de vrijstelling (naar schatting rond 57.000 euro per persoon in 2026) wordt belast via een fictief rendement. Dat betekent dat je elk jaar vermogensbelasting betaalt, ook als je spaargeld nauwelijks groeit.

Tegelijk kunnen toeslagen zoals zorgtoeslag of huurtoeslag juist aantrekkelijker worden als je geen arbeidsinkomen meer hebt, maar veel spaargeld telt mee als vermogen en kan je recht op toeslagen verminderen of doen vervallen. Controleer dit jaarlijks via de Belastingdienst, zodat je niet voor verrassingen staat.

Je hebt ook geen recht meer op WW of andere uitkeringen als je vrijwillig stopt met werken vóór je pensioenleeftijd. Die keuze is definitief, tenzij je weer aan het werk gaat.

Leven van spaargeld tot pensioen: de risico’s

Het grootste risico is dat je spaargeld opraakt voordat je AOW of pensioen ingaat. Dat gebeurt sneller dan verwacht als:

  • Je uitgaven hoger uitvallen dan gepland
  • Je langer stopt dan voorzien
  • De inflatie je koopkracht uitholt
  • Je grote onvoorziene kosten krijgt, bijvoorbeeld medische zorg of scheiding

Een tweede risico is fiscaal van aard. Als je spaargeld gedurende de overbruggingsperiode daalt door opnames, kan de belastingdruk in box 3 relatief zwaar blijven, zeker als de wetgeving verandert. De box 3-systematiek is al jaren in beweging.

Er is ook een psychologisch risico: je ziet je spaargeld maandelijks slinken. Dat kan ongerust maken, ook als de cijfers kloppen. Mensen die hier niet op voorbereid zijn, gaan alsnog werken uit angst, terwijl dat niet nodig was.

Wanneer is het écht verstandig?

Leven van je spaargeld tot het pensioen ingaat, is verstandig als je de periode kunt overbruggen zonder aan je vermogen te knabbelen op een manier die je later tekortkomt. Een goede vuistregel is dat je minimaal 25 keer je jaarlijkse uitgaven gespaard hebt als je voor langere termijn wilt stoppen, al geldt bij een vaste einddatum (je pensioenleeftijd) een kortere horizon.

Het is minder verstandig als je net genoeg hebt, geen buffer hebt voor tegenvallers, of als je pensioenopbouw al laag is. In dat geval kan een paar jaar langer doorwerken je financiële situatie op pensioenleeftijd sterk verbeteren, omdat je zowel minder inteert op je spaargeld als meer pensioen opbouwt.

Laat je bij twijfel adviseren door een onafhankelijk financieel planner die je totaalsituatie bekijkt: spaargeld, pensioenrechten, AOW-opbouw en belastingpositie samen. Dat geeft een reëler beeld dan een berekening op de achterkant van een servet.

Scroll naar boven